Freelance

Substantietoets zzp-inhuur: eerst onderneming, dan arbeidsrelatie

ZiPconomy
Substantietoets zzp-inhuur: eerst onderneming, dan arbeidsrelatie

Samenvatting

Opdrachtgevers: de substantietoets zzp-inhuur start bij met wie je contracteert, omdat de holistische Hoge Raad-toets per opdracht onzeker blijft.

Substantietoets zzp-inhuur als voorvraag

Paul Oldenburg zet in deel 3 van zijn reeks over beoordeling van zzp-inhuur een andere volgorde neer: kijk eerst naar de partijvraag. Dus niet meteen is deze arbeidsrelatie een dienstbetrekking, maar met wie contracteert de opdrachtgever eigenlijk en gaat het om een reële onderneming. Oldenburg werkt dit uit als een bedrijfskundige toets op de substantie van de onderneming, als aanvulling op de juridische kwalificatievraag. Hij kondigt daarbij een kader aan met vijf dimensies en dossieropbouw op drie niveaus, zodat een opdrachtgever vooraf beter kan onderbouwen waarom hij met een zelfstandige onderneming contracteert.

Druk door Vbar, handhaving en risico

Oldenburg plaatst zijn voorstel in de huidige onzekerheid: sinds minister Aartsen op 6 maart 2026 het verduidelijkingsdeel van de Vbar schrapte, geldt onverkort de holistische toets van de Hoge Raad, per opdracht en achteraf. De Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 in met het rechtsvermoeden bij lage tarieven. Intussen handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 zonder moratorium; het kabinet meldde tot en met oktober 2025 842 bedrijfsbezoeken en 237 boekenonderzoeken. Sinds 1 januari 2026 kunnen bij opzet of grove schuld weer vergrijpboetes volgen. Bij schijnzelfstandigheid ligt het grootste financiële risico volgens Oldenburg bij de inlener, waardoor opdrachtgevers risicomijdend gedrag vertonen en inhuur vaker via brokers of MSP’s laten lopen, met indirecte uitsluiting van echte zelfstandigen als gevolg.

Lees het volledige artikel
Meer over Freelance →