Power BI

Fabric: data in apps brengen met connectors

Microsoft Fabric Blog

Samenvatting

Fabric connectors brengen bestaande bedrijfsdata naar apps voor beslissingen en actie.

Fabric connectors verbinden bestaande data

Microsoft Fabric Apps gebruiken connectors om data uit bestaande Fabric-bronnen in applicaties beschikbaar te maken. Denk aan klantorders in een Fabric SQL-database, voorraadgeschiedenis in een Lakehouse en verkoopprestaties die al in Power BI zijn gemodelleerd.

De aanpak voorkomt dat ontwikkelaars dezelfde gegevens opnieuw moeten verplaatsen voordat een applicatie ermee kan werken. Fabric geeft een app een consistente manier om met deze bronnen om te gaan. Daardoor kunnen ontwikkelaars minder tijd besteden aan het leggen van afzonderlijke verbindingen en meer aan de toepassing zelf.

Fabric Apps verplaatsen data niet opnieuw

De kern ligt niet in een nieuwe opslaglaag, maar in het hergebruiken van data die al binnen Fabric staat. Dat sluit aan bij situaties waarin rapportages, operationele gegevens en historische informatie ieder al een vaste plek hebben.

Voor BI-teams verschuift de aandacht daarmee van alleen rapporteren naar het beschikbaar maken van bestaande modellen en datasets in een applicatie. Een Power BI-model blijft bijvoorbeeld niet beperkt tot een rapportageomgeving, terwijl gegevens uit een Lakehouse of SQL-database direct onderdeel kunnen worden van een gebruikerservaring.

De connectorbenadering biedt een alternatief voor aparte kopieën en extra overdrachtsstappen. Wel moeten teams per applicatie vaststellen welke Fabric-bron de juiste gegevens levert en hoe de toepassing ermee werkt.

Concrete takeaway voor Fabric connectors

Breng eerst alle bestaande bronnen in kaart: Fabric SQL-database, Lakehouse en Power BI-modellen. Bepaal daarna welke gegevens een app nodig heeft en onderzoek of een Fabric connector die bron rechtstreeks kan ontsluiten. Zo voorkom je dat een nieuw applicatieproject opnieuw een aparte datastroom bouwt.

Lees het volledige artikel
Meer over Power BI →